Beveiliging & Regels
BeveiligingEen beveiligingsaquastaat die onafhankelijk is van de automatische regeling zal,
zelfs als er geen voedingsspanning aanwezig is, de warmtetoevoer naar de verwarmingskringen
onderbreken zodra de voedingswatertemperatuur hoger is dan 60°C bij mortel of betoncementdekvloer
(mortel- of betonchap) of 55°C bij ahydrietcementdekvloer (anhydrietchape).
Het type beveiliging en de plaats van opstelling zijn afhankelijk van de waterzijde opstelling van de vloerverwarmingskring.
Voor meer informatie kunt u steeds contact opnemen met de technische dienst van Radson.
Regels bij ingebruikname
Druktest
Voordat de cementdekvloer (chape) wordt aangebracht moeten de verwarmingskringen op lekkages worden getest.
Voor deze test wordt de installatie via de vulkraan op de verdeler gevuld. Voor installaties met meerdere kringen gebeurt
het vullen kring per kring, met behulp van de vulkranen en de respectievelijke kringafsluiters.
De installatie wordt getest gedurende 24 uur onder een druk van 10 bar. Tijdens deze periode mag het drukverlies de 2 à 3 bar
niet overschrijden. Tijdens deze druktest wordt de installatie losgekoppeld van het waterleidingsnetwerk, zodat bij lekkage
de installatie geen 24 uur lang kan blijven lekken en eventuele waterschade beperkt blijft. Bij vorstgevaar dienen de nodige voorzorgsmaatregelen
genomen te worden om bevriezing van het water in de buizen te voorkomen, hetzij door toevoeging van een speciaal product hetzij
door het vorstvrij houden van het gebouw.
Plaatsen van cementdekvloer (chape)
Bekistingen voor kokers, verticale doorgangen, leidingen, lucht-en rookkanalen moeten, samen met de nodige randisolatie, gemonteerd worden
voor het aanbrengen van de cementdekvloer (chape). Indien gebruik gemaakt wordt van isolatie is het wapenen van de cementdekvloer (chape)
meestal niet nodig, omdat de wapening eventuele barsten in de cementdekvloer (chape) toch niet kan verhinderen. Bij cementdekvloer (chape)
en harde bevloering kan de toepassing van een wapeningsnet wel bijdragen tot een betere verdeling van de spanningen en tot het voorkomen van
verticale verschuivingen van de vloer in geval van barsten. In anhydrietcementdekvloer (anhydrietchape) is het wenselijk eventuele wapeningsnetten
vooraf te beschermen tegen corrosie. Indien voor anhydrietcementdekvloer (anhydrietchape) geopteerd wordt neem dan vooraf contact op met de
technische dienst van Radson, die u een aangepast toevoegmiddel voor de cementdekvloer (chape) zal aanbevelen.
Tijdens het plaatsen van de cementdekvloer (chape) dient de vloerverwarmingsinstallatie onder druk te blijven. De druk moet dan gelijk zijn aan twee
maal de normale werkdruk, met een minimum van 6 bar.
Aan het cementdekvloermengsel (chapemengsel) wordt de plastificeerder Estolith-H, volgens DIN 18560, toegevoegd om de mechanische weerstand
en de vloeibaarheid van de cementdekvloer (chape) te verbeteren en een optimaal contact tussen buis en cementdekvloer (chape) te waarborgen.
Om na 28 dagen de voorgeschreven drukweerstand van 20 Mpa te bekomen, moeten de gewichtsverhoudingen die op de verpakking vermeld staan
zorgvuldig gerespecteerd worden. Boven de buizen dient de cementdekvloer (chape) een minimum dikte van 5cm te hebben. Tijdens het aanbrengen van
de cementdekvloer (chape) dient de aannemer de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om het risico op overbelasting van de isolatie te voorkomen en
op die manier een vermindering van de thermische weerstand te vermijden. Tijdens het aanbrengen van de cementdekvloer (chape) en gedurende een periode
van drie dagen na het aanbrengen mag de ruimtetemperatuur niet lager zijn dan 5°C. Nadien moet de cementdekvloer (chape) gedurende nogmaals drie dagen
beschermd worden tegen uitdroging, om het risico op krimp zoveel mogelijk te beperken. Deze voorwaarden worden in kleinere gebouwen meestal reeds
bereikt als ze volledig afgesloten zijn.
Voegen
Bij het aanbrengen van de cementdekvloer (chape) dient rekening gehouden te worden met de mogelijke uitzetting van de cementdekvloer (chape) en
met de bestaande bewegingsvoegen van het gebouw. Hiervoor worden in de cementdekvloer (chape) de nodige voegen voorzien.
Randvoegen
Randvoegen dienen aangebracht te worden over de gehele omtrek van de ruimte, rond alle verticale bouwwerken en rond alle structuren
die zich op de basisbetonplaat bevinden. De randvoegen dienen een aangepaste randisolatie te krijgen van minimum 10mm dik, die een
beweging van minimum 5mm toelaat. De randisolatie mag slechts afgesneden worden op het niveau van de uiteindelijke vloerbedekking en
na het plaatsen van deze vloerbedekking.
Uitzetvoegen
Bij het gebruik van harde vloerbedekkingen moeten uitzetvoegen aangebracht worden. Het vloeroppervlak tussen uitzetvoegen mag
maximum 40² m bedragen, met een maximum lengte van 8m. Bij rechthoekige oppervlakken tussen uitzetvoegen is de aanbevolen lengte/breedte
verhouding kleier dan 2/1. Het is best uitzetvoegen aan te brengen vertrekkend vanuit verticale en scherpe structuren. Staaldraadmatten moeten op
de plaats van de uitzetvoegen onderbroken worden. Leidingen mogen een uitzetvoeg slechts in één richting overschrijden. Op de plaats van de voeg
moet de leiding geplaatst worden in een huis met een minimum lengte van 0.3m. Vooral bij harde vloeren is het belangrijk de uitzetvoegen door te trekken
tot op het niveau van de vloerbedekking zelf, en de voeg volledig op te vullen met een elastische specie.
Bewegingsvoegen
Op plaatsen waar de cementdekvloer (chape) wordt aangebracht boven een bewegingsvoeg van het gebouw moet in de cementdekvloer (chape)
op dezelfde plaats een uitzetvoeg aangebracht worden.
Krimpvoegen
Krimpvoegen moeten aangebracht worden op plaatsen waar de cementdekvloer (chape) dient te "breken". De krimpvoegen worden aangebracht
met een troffel (truweel) in de natte cementdekvloer (chape). Na het opwarmen wordt de voeg opgevuld met een elastische specie.
Opstarten
Voor het opstarten van de vloerverwarmingsinstallatie moet de dekvloer volledig gehard en gedroogd zijn. Normaal is hiervoor een periode van 21 tot 28 dagen
nodig voor normale cementdekvloer (chape). Bij anhydrietcementdekvloer (anhydrietchape) is een periode van minstens 7 dagen vereist.
De instellingen van de verschillende warmtekringen gebeurt aan de hand van de berekende waarden. De vertrekwatertemperatuur wordt initieel ingesteld op de
ruimtetemperatuur van het gebouw en dagelijks opgevoerd in stappen van 5°C tot de maximum vertrekwatertemperatuur is bereikt waarvoor het systeem werd berekend.
Deze temperatuur wordt minstens 4 dagen aangehouden. Daarna wordt de verwarming opnieuwuitgeschakeld om de vloerbedekking aan te brengen.
Bij het opstarten van een weersafhankelijk gestuurde installatie is manueel opwarmen met behulp van de ketelaquastaat aanbevolen.
De instelling van de veiligheidsaquastaat kan dan als bijkomende beveiliging dienen. Voor bijkomende technische informatie ovr het plaatsen van cementdekvloer (chape),
het aanbrengen van voegen en het opstarten van vloerverwarmingssystemen verwijzen naar de Technische Voorlichtingsnota TV 179 van het WTCB.
Vloerbedekking
Bij de berekening van de specificaties van het vloerverwarmingssysteem dient rekening gehouden te worden met de thermische weerstand van de vloerbedekking.
Voordat de vloerder overgaat tot het plaatsen van de vloerbedekking, moet hij nagaan of de toestand van de cementdekvloer (chape) toelaat om de
vloerbedekking te plaatsen. Voor het opslaan en plaatsen van de vloerbedekking dient rekening gehouden te worden met de normen en technische
voorschriften terzake. Wij herinneren hier kort aan enkele vuistregels in verband met het verwarmingssysteem.
Houten vloeren
De houten vloer moet gedurende ten minste 7 dagen opgeslagen worden in de verwarmde ruimte waar hij zal geplaatst worden.
Dit is alleen van toepassing op houten vloeren met een vochtgehalte van ± 9% die onmiddelijk na het openen van de verpakking, waarin
zij door de fabrikant geleverd worden, moeten geplaatst worden.
Opgelet : Houten vloeren met een wisselend of hoog vochtgehalte (vb. 11-12%) moeten eerst geklmatiseerd worden.Tijdens het plaatsen
van de houten vloerbedekking moet het vloerverwarmingssysteem uitgeschakeld worden.
Textiel en kuststof
Het vloerverwarmingssysteem 48 uur voor het aanbrengen van de filter uitschakelen en pas 48 uur na het aanbrengen van de vloerbedekking terug inschakelen.
Keramische vloeren
De vloerverwarming uitschakelen tijdens het plaatsen van de vloerbedekking en pas 7 dagen na het aanbrengen van de vloerbedekking terug inschakelen.
Garantie
Al 25 jaar lang leveren we vloerverwarmingsystemen met de beproefde tackermethode. Met de jaren zijn daar nog andere systeemgebieden bijgekomen
en werden onze componenten verder ontwikkeld en verbeterd. Onze hoge kwaliteitsnorm blijkt ook uit het RAL- keurmerk.
Dit alles heeft er ons toe angezet om van bij het begin 10 jaar garantie te verlenenen, incl. verlengde aansprakelijkheid. De garantie wordt gedekt door een
gereputeerde verzekeringsmaatschappij, los van het bestaan van onze onderneming. Dit betekend dat alle kosten zoals materiaalkosten, vervangingskosten
en incidentele kosten, te wijten aan gebreken in het Radson-materiaal, tot max. €1.000.000,- per schadegevalgedekt zijn. Dit geldt voor alle originele
Radson-componenten, uitgenomen de elektrische en elektronische bouwdelen. We spreken dus van een systeemgarantie.
De systemen Rolljet, Noppjet, TS14, Clickjet, Railjet en Eljet genieten dus dergelijke garantie.
