Fittings

 

 1. Randisolatie. De randisolatie wordt met nietjes bevestigd tegen alle (gepleisterde) muren die in contact komen met de verwarmde vloer. De strook die na de afwerking van de vloer nog uitsteekt, wordt dan pas weggesneden.

 

 2. Plaatsing van de noppenplaten. Vitesse NP wordt op een geborstelde en vlakke ondergrond gelegd. Begin in de linkerhoek. Snij de overstekende folie aan de muurzijde weg. De overstekende folie wordt over de kleinere noppen (met X gemerkt) gelegd. Hierdoor verkrijgt men een gesloten oppervlak.

De overlappingsfolie van de randisolatie wordt op de noppenplaat gelegd.

 

 3. Randstrook met PE-profiel. Bij toepassing van vloeibare chape moet een dichte verbinding tussen overlappingsfolie van de randisolatie en de noppenplaat gerealiseerd worden dmv het ronde PE-profiel.
Zoniet kan de cementdekvloer (chape) tussen noppenplaat en randisolatie vloeien.

 

 4. Buisverlegging. Diffu-Pex buizen kunnen zowel bifilair (spiraal-vormig) als meandervormig (zig-zag) verlegd worden.
Vitesse NP maakt alle legafstanden mogelijk die veelvoud zijn van 50 mm. Ze kunnen met de voet eenvoudig tussen de noppen gedrukt worden.
De bestudeerde opstelling van de noppen zorgt voor een goede bevestiging en een maximale omsluiting door de cementdekvloer (chape).
 

 

 

 5. Diagonale verlegging. Indien nodig kan met behulp van de bevestigingselementen de buis ook diagonaal gelegd worden. Voor het plaatsen van de buis worden de bevestigingselementen op de noppen geklikt.

 

 

afbeelding A

 

afbeelding B

 

afbeelding C

 

afbeelding D

 

6. Uitzetvoegen. DIN-norm 18560 schrijft voor dat een verwarmde vloer in alle richtingen 5 mm moet kunnen uitzetten. Deze vereiste wordt door de randisolatie vervuld. Bij grote oppervlaktes en in deurdoorgangen moeten uitzetvoegen geplaatst worden. Deze voegen moeten de volledige cementdekvloer (chape) scheiden en tot de isolatie reiken.
Vakkundige uitzetvoegen kunnen gerealiseerd worden met behulp van de Vitesse NP overgangselementen, in combinatie met de uitzetvoegprofielen en PE-stroken. Bij het leggen van de Vitesse NP-platen wordt in deurdoorgangen en op de plaatsen voor uitzetvoegen een vrije ruimte voorzien. Die wordt dan opgevuld met de isolatiestrook (afbeelding A) voor overgangselementen.

Vervolgens worden de overgangselementen (afbeelding B) aan beide zijden overlappend op de Vitesse NP-platen geklikt. Door de bestudeerde opstelling van de noppen kan het overgangselement op elke nop van de Vitesse NP-plaat bevestigd worden.
Zo is een aansluiting tussen verschillende vlakken mogelijk zonder te moeten snijden. De aanpassing aan elke muurdikte is mogelijk door de overlappende plaatsing van de overgangselementen.

Voor de realisatie van de uitzetvoeg wordt het zelfklevende profiel op de overgangselementen gekleefd. Na de verlegging van de buizen kunnen de PE-stroken (afbeelding C) op de juiste plaats geperforeerd worden met een geleidingsbocht.
De bekomen gaten worden met een mes aan de onderzijde opengesneden, en de strook kan zo in het profiel geplaatst worden.

Tenslotte worden de voegdoorgangshulzen over de buizen geschoven (afbeelding D).
Het overgangselement kan bovendien ook gebruikt worden aan de verdelers, omdat daar een groot aantal buizen samenkomt.
Als een groot vlak met tegels in meerdere deelvlakken moet opgedeeld worden, zou de uitzetvoeg moeten samenvallen met een tegelvoeg. Hiervoor wordt best de tegelzetter gecontacteerd.

Meer richtlijnen over uitzetvoegen kan u terugvinden in de technische voorlichtingen van het WTCB.