Service en ondersteuning
Onderstaande tekst bevat belangrijke en waardevolle adviezen voor een goed gebruik van stalen radiatoren, met het oog op een maximale voorkoming van schade.VOORWOORD
Om redenen van technologische vooruitgang, groeiende vraag, esthetische smaak, stijgende loonkost en de noodzaak van serieproductie worden de meeste radiatoren tegenwoordig vervaardigd uit dunne staalplaat van goede kwaliteit. Daardoor hebben de moderne radiatoren een beperkte bestandheid tegen mechanische beschadiging en corrosie. Voor zover in alle stadia van de fabricatie tot en met de bediening de nodige voorzorgsmaatregelen werden getroffen, schaadt deze beperking geenszins aan de goede werking van dergelijke verwarmingslichamen. Het hoofddoel van dit artikel is het geven van aanbevelingen, waardoor de levensduur van de stalen radiatoren kan worden verlengd of waardoor tenminste vroegtijdige schade kan worden vermeden. Tevens worden enkele tips gegeven voor een goede plaatsing en het onderhoud van radiatoren. Alle raadgevingen zijn bestemd voor alle betrokken partijen : fabrikanten, groothandelaars, installateurs, studiebureaus, architecten en gebruikers.
1. INLEIDING
1.1. Algemeen
De twee hoofdoorzaken van vroegtijdige schade aan stalen radiatoren zijn:
- enerzijds, mechanische beschadiging tijdens hantering, transport, plaatsing en bediening
- anderzijds inwendige zowel als uitwendige corrosie, veroorzaakt door agressieve agentia van de omgeving en/of het water in de radiatorenIn dit verband dient te worden opgemerkt dat het verschil tussen de gevolgen van de mechanische beschadiging en deze van corrosie niet zo duidelijk is als men wel zou denken.
1.2. Mechanische beschadiging
Mechanische beschadiging dient te worden vermeden van zodra de radiator is vervaardigd en vooral nadat hij in de fabriek werd nagezien en gecontroleerd op waterdichtheid en druk. Doorheen alle stadia van de productie en opslag in de fabriek moeten bijgevolg alle nodige maatregelen worden getroffen om de radiator in een onberispelijke staat te behouden. Inzonderheid moet worden vermeden dat hij wordt gestoten of gedeukt, gekerfd, gebogen, doorboord of beschadigd door wrijving met andere materialen of werktuigen. Voornoemde voorzorgen dienen genomen bij het laden en lossen, het transport, de opslag in de werkplaats of op de bouwplaats en tenslotte de installatie.Beschadigde radiatoren mogen niet geinstalleerd worden. Ze dienen hersteld of vervangen te worden door onberispelijke exemplaren indien een herstelling niet mogelijk blijkt. De gebruikers, de personen belast met het onderhoud, kortom alle personen die uit stalen radiatoren bestaande installaties bedienen, moeten erover waken dat de radiatoren in alle omstandigheden niet worden blootgesteld aan abnormale mechanische beschadiging.
1.3. Corrosie
Corrosie van staal is voornamelijk te wijten aan de gecombineerde werking van water en zuurstof en/of de aanwezigheid van andere corrosieve agentia. Stalen radiatoren ontsnappen niet aan dit fenomeen, dat zowel inwendig als uitwendig tot ontwikkeling kan komen. In bepaalde omstandigheden kan dit verschijnsel dermate snel verlopen dat het staal binnen de kortste tijd over de gehele dikte wordt gecorrodeerd, tenminste plaatselijk (putcorrosie). Afzetting van slib, oxyden en neergeslagen zouten kunnen dergelijke corrosie aanzienlijk versnellen op de plaats van afzetting.
2. VOORZORGEN TEGEN MECHANISCHE BESCHADIGING
2.1. Hantering, transport en plaatsing
Tijdens het transport van ganse partijen moeten de nodige maatregelen worden getroffen om te vermijden dat de radiatoren kunnen verschuiven. Wanneer de radiatoren niet in een gesloten vrachtwagen kunnen worden vervoerd, moeten ze worden beschermd tegen de regen en stof door een zeildoek. In speciale gevallen moet een aangepaste verpakking worden voorzien. Ze mogen noch bruusk worden neergezet, noch op scherpe kanten worden geplaatst, vooral niet op kanten van harde lichamen. De volgende aanbevelingen kunnen dan ook gegeven worden:
- Radiatoren steeds opnemen en hen niet over de grond schuren anders zal ter hoogte van het ontbloot metaal roestvorming optreden.
- Radiatoren bij het lossen niet op een hoek laten vallen.
- Meerpanelige radiatoren steeds op alle panelen laten rusten; niet bruusk neerzetten op één van de panelen; dit kan een breuk veroorzaken in de coating met roestvorming rond de aansluitdozen tot gevolg; de radiator zal ook niet meer haaks zijn.
- Radiatoren met bekleding steeds onderaan vastnemen of met speciale met kunststof beklede handvatten die in de collectordozen passen. Opletten dat de bekleding niet beschadigd wordt.
- Bij het monteren van de radiatoren opletten dat er geen beschadigingen optreden aan het lakwerk ten gevolge van het vastdraaien van kranen en koppelingen.
- Bij de plaatsing van de radiatoren moet er op gelet worden dat er voldoende steunen zijn in functie van de lengte van de radiator. De ondersteuning of ophanging moet zodanig zijn dat de uitzetting en inkrimping van de radiator onbelemmerd kan gebeuren; er dient bovendien voor gezorgd te worden dat de verankering aan de bovenzijde van de radiator elke schommeling verhindert, wanneer er tegen gestoten wordt.
2.2. Opslag
Zowel in de werkplaats als op de bouwplaats moeten de radiatoren worden opgeslagen in een overdekte en droge plaats, beschermd tegen vallende voorwerpen, mortel, kalk, pleister, gips, enz. Ze moeten in hun normale stand worden geplaatst, d.w.z. met de bovenzijde naar boven. Ze moeten rusten op horizontaal gelegde stukken hout van tenminste 10 cm breed. De beste bescherming wordt geboden wanneer iedere radiator van de andere wordt gescheiden door stukken zacht hout of een gelijkaardigmateriaal. Zware, snijdende of scherpe voorwerpen mogen nooit op radiatoren worden geplaatst.
3. BESCHERMING TEGEN UITWENDIGE CORROSIE
3.1. Preventieve bescherming
Uitwendige corrosie kan worden voorkomen door het aanbrengen tussen staal en het corroderende milieu van een verfstof die tegen dat milieu bestand is, of nog beter, die corrosiewerende eigenschappen bezit. Dit middel wordt het meest gebruikt voor de uitwendige bescherming van radiatoren. De beschermde verf wordt in meerdere lagen aangebracht, waarvan de eerste of de eerste twee lagen corrosiewerend zijn; deze lagen worden rechtstreeks op het volstrekt schoon gemaakt metaal aangebracht. De tijd gedurende dewelke deze corrosiewerende verflaag onbeschermd kan blijven is functie van haar samenstelling en blootstelling. Over het algemeen wordt vervolgens op de corrosiewerende lagen een dekverf aangebracht, die speciaal is ontworpen om te weerstaan aan hoge temperaturen en termische schokken. Deze verf heeft bovendien het voordeel dat zij bestand is tegen afschuring, ontloging voorkomt en een esthetisch uitzicht biedt. De laatste tijd worden ook verfsoorten gebruikt, die dankzij hun bijzondere eigenschappen zowel een corrosiewerende als een dekkende functie vervullen. Rekening houden met de aanbrengingseigenschappen en –karakteristieken van de in de fabriek aangebrachte verf ( eenvoudige primer of volledig systeem), bepaalt de fabrikant de periode van doeltreffendheid van de bescherming van de radiator. De radiatoren moeten tot hun definitieve plaatsing in hun oorspronkelijke verpakking blijven. Ideaal ware indien de verpakking rond de radiator blijft tijdens de montage en slechts verwijderd wordt bij de oplevering van de installatie.
3.2 Radiatoren met beschadigde verflaag
Het hanteren van radiatoren kan krassen teweegbrengen die aan de oorsprong kunnen liggen van de oppervlakkige corrosie, waartegen men zich moet wapenen door zo snel mogelijk de voorziene beschermlaag aan te brengen, nadat de corrosiewerende laag eventueel werd bijgewerkt.
3.3 Radiatoren in gebruik
Bij het gebruik van radiatoren dient aandacht besteed te worden aan de volgende punten:
- In een vochtige atmosfeer (badkamer, keuken, wasplaats, toilet) leidt iedere beschadiging van het verfsysteem van radiatoren, hoe miniem ook, onvermijdelijk tot uitwendige corrosie. Iedere eventuele schade moet van bij het begin worden hersteld. Men mag niet vergeten dat water met zeepresten bijzonder corrosief werkt, zodat contact met zeep of andere detergenten vermeden moet worden. Daarom wordt de plaatsing van radiatoren boven een bad, in een stortbad of vlak ernaast ten stelligste afgeraden.
- Het toilet vraagt een bijzondere aandacht aangezien urinespatten tegen de radiator een sterk invretende werking hebben. Daarom wordt vooropgesteld geen radiator te plaatsen naast het toilet op minder dan 80 cm. Best is de radiator te plaatsen tegenover het toilet.
- Geen vochtig linnen over de radiator hangen en zeker niet in de zomer; gebruik eventueel handdoekdragers.· In een bijzonder corrosieve atmosfeer, zoals in laboratoria, zwembaden enz. wordt aanbevolen de radiatoren van bij de aanvang van een aangepaste en afdoende bescherming te voorzien. Dit moet bij de bestelling aan de fabrikant gemeld worden, met opgave van het soort atmosfeer waarin de betrokken radiatoren zullen geplaatst worden.
4. BESCHERMING TEGEN INWENDIGE CORROSIE
Om inwendige corrosie in radiatoren te voorkomen, moet worden vermeden dat lucht in de installatie kan binnendringen. De in de lucht aanwezige zuurstof reageert immers onmiddellijk met de metalen delen van de installatie en brengt dus een corrosieproces op gang, dat duurt tot zolang er zuurstof aanwezig is of blijft binnendringen in het installatiewater. Dit principe dient voor ogen te worden gehouden zowel op het vlak van de opvatting als dat van de montage en bediening van de installatie. De onderstaande aanbevelingen zijn in deze zin opgesteld.In verband met de radiatoren, is het nuttig om te weten dat aanwezige of binnendringende lucht zich gemakkelijk opstapelt aan de bovenzijde van radiatoren. Deze lucht dient zo snel mogelijk afgevoerd te worden via de ontluchting op regelmatige tijdstippen uit te voeren, en zeker wanneer men vaststelt dat er regelmatig water bijgevuld moet worden. Constructief gezien moet de fabrikant van de radiator er voor zorgen dat de ontluchting volledig kan gebeuren, m.a.w. zij moet zich op het hoogste punt van de radiator bevinden.Vermelden we hier ook nog dat plaatstalen radiatoren bestemd zijn voor centrale verwarmingsinstallaties met warm water. Het gebruik van plaatstalen radiatoren voor stoominstallaties is ten sterkste ontraden.
4.1. Expansievaten
Algemeen kan gesteld worden dat open expansievaten het risico op inwendige corrosie zeer groot maken, omwille van de permanenten indringing van zuurstof in het installatiewater. Bestaande open expansievaten worden dus best vervangen door gesloten expansievaten met membraam, die dit nadeel niet hebben. Bij gesloten expansievaten, die nu algemeen gebruikt worden, dient er wel voor gezorgd te worden dat zij op oordeelkundige wijze geplaatst zijn, d.w.z. zo dicht mogelijk bij de stookketel, aan de zuigzijde van de pomp en in de terugloopleiding. Bovendien het dient expansievat voldoende groot te zijn en moet de voordruk correct ingesteld zijn; enkel op die wijze wordt vermeden dat de installatie in onderdruk komt bij afkoeling.
4.2. Afsluitmogelijkheden
Om te vermijden dat, in het geval van een vervanging of verplaatsing van een radiator, het gehele watervolume van de installatie zou moeten afgetapt worden, is het mogelijk om elke radiator te voorzien van de nodige afsluitkranen, zodat in die gevallen de wateraftapping beperkt kan worden tot het volume van de betrokken radiator. Indien deze individuele afsluiting van elke radiator normaal niet mogelijk is (bv.eenpijpsinstallaties) of niet gewenst is (om economische redenen), is het in ieder geval nuttig om afsluitkranen te voorzien per kring of per groep van radiatoren.Wanneer uitbreidingen worden voorzien, moeten van bij de eerste montage afsluitkranen voor de toekomstige kringen worden geplaatst.
4.3. Gebruik van diverse metalen
Het gebruik van verschillende metalen in eenzelfde installatie moet zoveel mogelijk worden beperkt, zowel in de bouw van de radiatoren zelf als in de opbouw van de installatie. De combinatie en de volgorde van voorkomen van verschillende metalen kan immers aan de oorsprong liggen van een voortijdige inwendige corrosie ten gevolge van electrolyse, waarbij het installatiewater zorgt voor de overgang van een electrische stroom. Meestal wordt deze vorm van corrosie nog versterkt of versneld, in geval er lucht in de installatie binnendringt of er onbehandeld (agressief) toevoerwater in de installatie vloeit.
4.4. Gebruik van kunststofbuizen
Bij verwarmingsinstallaties met radiatoren wordt de verdeling van de warmt meer en meer gerealiseerd met behulp van kunststofbuizen. Een nadeel van deze kunst stofbuizen is dat ze de eigenschap hebben niet volledig luchtdicht te zijn, ondanks het feit dat de huidige buizen voorzien zijn van een anti-zuurstofscherm. Door de permanente aanvoer van zuurstof in de installatie, zal er zich dus hoe dan ook een corrosieproces afspelen, dat sterker wordt naarmate de watertemperatuur stijgt. Aangezien installaties met plaatstalen radiatoren normaal op hoge watertemperatuur werken, is het gevaar voor corrosiebeschadiging dan ook niet denkbeeldig. Daarom wordt aangeraden om dergelijke installaties een maximale preventieve bescherming te bieden. De permanente indringing van zuurstof kan bestreden worde door een waterbehandeling, waarbij in het water een product (inhibitor) toegevoegd wordt, dat een beschermend laagje op de metalen delen doet neerslaan, of dat de zuurstof op scheikundige wijze neutraliseert.
5. INBEDRIJFSTELLING
Van zodra de installatie met vers, zuurstofrijk water wordt gevuld, vangt een corrosie aan. Deze eerste corrosie is vrij minimaal, aangezien zij vrij snel stopt nadat de in het water aanwezige zuurstof opgebruikt is.
Om verdere corrosie uit te sluiten of maximaal te beperken, kunnen de volgende raadgevingen gegeven worden:
- Eenmaal gevuld, moet de installatie permanent onder water worden gehouden. De kringen moeten derwijze worden ontworpen en uitgevoerd, dat de leegloopperioden in aantal en vooral in duur worden beperkt tijdens de waterdichtheidsproeven en bij de inbedrijfstelling van de installatie. Het zij de leegloopperiodes die het meest corrosief zijn voor de installaties.
- Bij iedere vulling moet het water onmiddellijk op zijn maximale temperatuur worden gebracht. Wanneer deze temperatuur is bereikt, moet de installatie met stilgelegde pomp en alle kranen open volledig worden gespuid.
- Normaal mag enkel leidingwater of water dat speciaal tegen corrosie werd behandeld worden gebruikt; het gebruik van corrosiewerende producten is in het geval van installaties met kunststofbuizen absoluut aan te raden.
6. BEDRIJFSVOORWAARDEN
6.1. Rationeel energiegebruik
Bij de uitbating van een verwarmingsinstallatie is het energiegebruik een belangrijk en gevoelig evaluatiecriterium, dat geschat kan worden op basis van het installatierendement, dat geschreven kan worden als een product van een aantal deelrendementen (warmteproductie, warmteverdeling, warmteafgifte en regeling). Een van de deelrendementen die een niet onbelangrijke rol spelen, is dus dit van de warmteafgifte van de radiatoren.Ten einde het rendement van de warmteafgifte zo hoog mogelijk te houden, is het nodig om door de radiatoren afgestane warmte met zo weinig mogelijk verliezen te laten gebeuren, waarbij de volgende aandachtspunten in aanmerking komen:
- De radiatoren worden bij voorkeur tegen een buitenmuur geplaatst, en, indien mogelijk, onder een venster. Zij mogen nooit rechtstreeks voor een beglazing (bv.vensterdeur) geplaatst worden. Het verdient aanbeveling om de wand achter de radiator te voorzien van een extra warmteisolatie en van een warmtereflecterende folie.
- De opstelling van de radiatoren moet zoveel mogelijk de genormaliseerde opstelling benaderen, d.w.z. vrij opgesteld op ongeveer 5 cm van de wand en op ongeveer 10 cm boven het vloeroppervlakte. Elke belemmering van de warmteafgifte door inbouw in nissen, venstertabletten, omkastingen, afschermingen, gordijnen, enz… moet vermeden worden. Indien dit toch gebeurt, dan moet de radiator groter gekozen worden om rekening te houden met een verminderde warmteafgifte.
- De radiatoren moeten goed onderhouden worden, waarbij vooral de stofafzetting tussen de platen en de convectielamellen vermeden moet worden. Er mogen eveneens geen voorwerpen bovenop de radiatoren geplaatst of gehangen worden en de vrije ruimte onder de radiatoren moet vrij blijven.
- De zichtbare voorzijde van de radiatoren mag niet geverfd zijn met een metaalblinkende verflaag, omdat deze de warmteafgifte door straling doet afnemen, waardoor het afgifterendement daalt. Omgekeerd, mag de rugzijde van de radiator dan wel met een dergelijke verfsoort behandeld zijn, omdat hierdoor de stralingsverliezen naar de buitenmuur afnemen.
6.2. Kwaliteit van het water
Als vulwater voor de verwarmingsinstallatie mag in principe enkel leidingwater worden gebruikt.Wanneer verzacht water wordt gebruikt, moet worden nagegaan of bij de verzachting geen chloriden worden toegevoegd. Bij gebruik van corrosiewerende producten in het installatiewater, moet nagegaan worden voor welke metalen het product een bescherming biedt en moet er op gelet worden dat de combinatie met eventueel aanwezige andere producten (bv. antivries) of met verzacht water, geen agressieve reacties kan teweeg brengen. De aanwezigheid en de concentratie van de corrosiewerende producten moet ook regelmatig gecontroleerd en op peil gehouden worden.
6.3 Aftappen en bijvullen
Een goed ontworpen en uitgevoerde installatie vereist praktisch geen bijvulling. Wanneer echter wordt vastgesteld dat de installatie regelmatig water verbruikt moet de oorzaak ervan worden bepaald (lekken aan de kranen of pomp, lekken in ketel, lekken in de leidingen, aftappen van water van de radiatoren, onderdruk,…) en moet hieraan zo vlug mogelijk worden verholpen. Ten einde bewust te zijn van mogelijke lekken, is een automatische vulling van de installatie zeker niet aangeraden. In alle gevallen moet de installatie derwijze worden ontworpen dat de gebruiker de werkdruk gemakkelijk kan controleren in functie van de specifieke gegevens van de installatie (waterinhoud van de installatie, karakteristieken van het gesloten expansievat, statische hoogte). Deze moeten het voorwerp uitmaken van instructies bij het in werking stellen.
6.4 Voorzorgen tegen vorst
Wanneer een gebouw tijdens de winter niet wordt bewoond en ten einde de installatie permanent met water gevuld te houden om corrosie te vermijden, moeten voorzorgsmaatregelen getroffen worden tegen vorstschade, zoals:
- Thermostaatkranen te gebruiken en deze zodanig te regelen dat de temperatuur steeds boven het nulpunt blijft;
- Een aangepast regelsysteem voorzien, zodat de installatie aan het laagste regime kan werken.
6.5 Werkdruk
De gewaarborgde werkdruk van de fabrikant mag nooit overschreden worden.
6.6 Aarding
Electrische installaties mogen in geen geval aan leidingen en radiatoren worden geaard. Radiatoren die in vochtige ruimtes opgesteld staan, moeten worden geaard (A.R.G.I), waarbij opgelet moet worden voor electrolyse ten gevolge van kleine lekstromen.